ECLI:NL:CRVB:2019:1242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-ingezetenschap op 18e verjaardag
Appellante, geboren in 1983 in Marokko, kwam in maart 2002 naar Nederland en vroeg in november 2002 een Wajong-uitkering aan. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet zes jaar voorafgaand aan haar zeventiende verjaardag in Nederland had gewoond en al arbeidsongeschikt was bij vestiging.
In oktober 2015 diende appellante een nieuwe aanvraag in onder de Wajong 2015, welke eveneens werd afgewezen omdat zij op haar achttiende verjaardag geen ingezetene was. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd niet-ontvankelijk verklaard door het UWV, waarna appellante beroep instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bezwaarbesluit, oordelend dat de aanvraag van 2015 een nieuwe aanvraag was en inhoudelijk beoordeeld moest worden. De rechtbank concludeerde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van de Wajong 1998, omdat zij ouder dan 18 was toen zij ingezetene werd.
In hoger beroep stelde appellante dat de Wajong 2015 van toepassing was en dat een overschrijding van drie maanden niet zwaar moest wegen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aanvraag van 2015 een nieuwe aanvraag was die onder de Wajong 2015 viel. Omdat appellante op haar achttiende verjaardag geen ingezetene was, kon zij niet als jonggehandicapte worden aangemerkt. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank met een verbeterde motivering en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante op haar achttiende verjaardag geen ingezetene was.