ECLI:NL:CRVB:2019:1267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek terugkomen op UWV-besluit WIA-uitkering na medische herbeoordeling
Appellante was werkzaam als receptioniste/telefoniste en meldde zich in februari 2011 ziek met psychische klachten, later gevolgd door een auto-ongeval met nekklachten. Het UWV besloot op 11 januari 2013 dat zij geen recht had op een WIA-uitkering vanaf 8 februari 2013. Na meerdere besluiten over het beëindigen van ziekengeld en WIA-uitkering, weigerde het UWV op 19 augustus 2015 en 2 maart 2016 terug te komen op het oorspronkelijke besluit.
Appellante stelde dat nieuwe medische gegevens van haar neuroloog Roesdi, waarin een HNP op C5-C6 werd vastgesteld die mogelijk verband houdt met het ongeval, aanleiding moesten zijn het besluit te herzien. Zij voerde aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een andere conclusie trok dan de neuroloog en dat de rechtbank een onafhankelijke deskundige had moeten benoemen vanwege het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat het UWV de nieuwe medische gegevens zorgvuldig had beoordeeld en dat er geen aanleiding was het eerdere besluit te herzien. De medische beoordelingen waren zorgvuldig en appellante had voldoende gelegenheid gehad haar standpunt te onderbouwen. Het arrest Korošec verplicht niet tot het benoemen van een onafhankelijke deskundige als de medische stukken niet ongeschikt zijn om twijfel te zaaien. De Raad bevestigde dat de beperkingen van appellante per 8 februari 2013 juist waren vastgesteld en dat het hoger beroep niet slaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het besluit van 11 januari 2013.