ECLI:NL:CRVB:2019:1435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel urenbeperking en vaststelling arbeidsongeschiktheid op 80-100% per 1 maart 2014
Appellante was werkzaam als HR administration manager en meldde zich ziek wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende haar per 1 maart 2014 een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 81,56%. Na bezwaar stelde een verzekeringsarts bezwaar en beroep de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) bij en liet de urenbeperking vervallen, waardoor het arbeidsongeschiktheidspercentage werd verlaagd naar 64,56%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de urenbeperking onterecht was vervallen, onderbouwd met rapporten van haar behandelend psycholoog, huisarts en verzekeringsartsen. De Centrale Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende gemotiveerd had waarom de urenbeperking werd geschrapt en dat het rapport van prof. dr. Koerselman een werkgerelateerde reactieve depressie met uitputting bevestigde.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en herstelde de urenbeperking, waardoor het arbeidsongeschiktheidspercentage per 1 maart 2014 op 80 tot 100% werd vastgesteld. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante voor de zitting van 25 februari 2019.
Uitkomst: Het arbeidsongeschiktheidspercentage van appellante wordt per 1 maart 2014 vastgesteld op 80 tot 100% met herstel van de urenbeperking.