ECLI:NL:CRVB:2019:2945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bijzondere bijstand en afwijzing dwangsomverzoek
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor griffierechtkosten, welke door het college buiten behandeling werd gesteld. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang. Tevens verzocht zij een dwangsom wegens vermeende overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen beide besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel procesbelang had en dat het college onterecht geen dwangsom verschuldigd was vanwege het ontbreken van een mededeling over een bezwaarschriftencommissie.
De Raad oordeelde dat appellante na de rechterlijke uitspraak geen belang meer had bij inhoudelijke beoordeling van het bezwaar en dat een louter principieel belang onvoldoende is. Tevens stelde de Raad vast dat de beslistermijn van twaalf weken van toepassing bleef ondanks het ontbreken van mededeling over de commissie, en dat de ingebrekestelling tijdig was. Het verzoek om dwangsom werd daarom afgewezen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om vergoeding van wettelijke rente af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen.