ECLI:NL:CRVB:2019:1548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden gokactiviteiten
Appellant ontving vanaf januari 2015 bijstand en werd onderzocht in het kader van een heronderzoek Participatiewet 2016 door de gemeente Rotterdam. Uit bankafschriften en verklaringen bleek dat appellant regelmatig gokte en meerdere kleine bedragen opnam bij casino's en gokgerelateerde instellingen. Appellant erkende deze gokactiviteiten, maar had deze niet gemeld aan het college.
Het college trok de bijstand per 1 september 2015 in en vorderde de kosten van bijstand terug over de periode tot en met juni 2016. Dit besluit werd gedeeltelijk herroepen, maar bleef voor het grootste deel gehandhaafd. Appellant maakte bezwaar, maar de rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat hij inkomsten uit gokwinsten had ontvangen en dat hij niet in alle maanden transacties in gokinstellingen had verricht. De Raad oordeelde dat uit de transacties en verklaringen voldoende bewijs bestond voor het gokken en dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden. De brutering van de terugvordering behoefde geen bespreking.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van gokactiviteiten.