Uitspraak
19.3569 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de schade in de vorm van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand en werd onderzocht in het kader van een thema-onderzoek naar rechtmatigheid. Het college stelde vast dat appellant in de periode januari 2017 tot januari 2018 meerdere geldopnames bij gokinstellingen had gedaan, wat duidt op niet gemelde gokactiviteiten. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onrechtmatig was vanwege onduidelijke selectiecriteria en dat hij niet wist dat hij gokactiviteiten moest melden. De Raad oordeelde dat het college voldoende transparant was over de selectie en dat het kenbaarheidsvereiste voor het melden van gokactiviteiten redelijk was, ook zonder expliciete informatieverstrekking.
Verder stelde appellant dat in sommige maanden alleen kleine bedragen waren opgenomen zonder daadwerkelijk te gokken. De Raad verwierp dit, omdat ook kleine bedragen kunnen duiden op gokactiviteiten. Appellant heeft geen controleerbare gegevens over zijn gokopbrengsten verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Tot slot wees de Raad het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen af, omdat appellant onvoldoende concrete onderbouwing gaf en bescherming via de beslagvrije voet mogelijk is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten wordt bevestigd.