ECLI:NL:CRVB:2019:2022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op kinderbijslag wegens ontbreken duurzame band met Nederland
Appellant ontving kinderbijslag voor zijn kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde echter vast dat appellant en zijn gezin sinds september 2014 vrijwel permanent in Turkije verblijven. De Svb beëindigde daarom de kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2015. Appellant voerde aan dat er nog steeds een duurzame band met Nederland bestaat, onder meer door inschrijving in Nederland, onderwijs via de Nederlandse Wereldschool en familiecontacten.
De rechtbank oordeelde dat het langdurige verblijf in Turkije en het ontbreken van een eigen woning in Nederland zwaarder wegen dan de door appellant aangevoerde banden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad toetste het begrip ingezetenschap aan de wettelijke bepalingen en jurisprudentie, en concludeerde dat het gezin vanaf september 2014 niet langer als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd.
De Raad nam daarbij het standpunt van de Svb over het definitieve vertrek naar Turkije over en wees op het ontbreken van een duurzaam tot beschikking staande woning in Nederland. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot stopzetting van kinderbijslag wordt bevestigd.