Uitspraak
18.3686 WMO15-PV
BESLISSING
Wmo 2015. Hetgeen appellant in deze zaak naar voren heeft gebracht leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan in die uitspraken.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, waarin het beroep van appellant tegen de afwijzing van een verzoek om een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wmo 2015 ongegrond werd verklaard.
Appellant, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, voerde aan dat hij medisch noodzakelijke zorg nodig heeft en dat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam deze zorg op grond van de Wmo 2015 moet bieden, omdat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beschermd wonen niet wil bieden en het college de toegang tot zorgaanbieders blokkeert.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat vreemdelingen zoals appellant geen aanspraak kunnen maken op een maatwerkvoorziening beschermd wonen onder de Wmo 2015. Appellant wordt niet gelijkgesteld aan een Nederlander en valt niet onder de uitzonderingen in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De Raad ziet geen aanleiding om van dit oordeel af te wijken en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er wordt geen veroordeling in de proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant als vreemdeling zonder rechtmatig verblijf geen aanspraak heeft op beschermd wonen onder de Wmo 2015.