ECLI:NL:CRVB:2018:4209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening beschermd wonen wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een maatwerkvoorziening beschermd wonen. Dit verzoek werd bij besluit van 18 oktober 2017 afgewezen, omdat appellant geen rechtmatig verblijf heeft. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij beschermd wonen nodig heeft en dat het college dit moet verstrekken nu de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dit niet doet. Tevens stelde appellant dat artikel 122a van de Zorgverzekeringswet niet adequaat functioneert en dat hij geen vreemdeling is zoals bedoeld in de Wmo 2015.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf geen aanspraak kunnen maken op een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wmo 2015. De Raad oordeelt dat de aangevoerde argumenten van appellant dit oordeel niet wijzigen.
Appellant wordt geadviseerd beroep te doen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen het handelen van de staatssecretaris. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een maatwerkvoorziening beschermd wonen wordt afgewezen vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf.