ECLI:NL:CRVB:2019:237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens niet overleggen bankafschriften
Verzoeker ontving bijstand op grond van de Participatiewet en woonde in een woning van zijn moeder, die in een Duits verzorgingstehuis verbleef. Naar aanleiding van een melding over het bezit van meerdere auto's startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Uit bankafschriften bleek dat verzoeker beschikte over de bankrekening van zijn moeder en kosten betaalde die verband hielden met zijn woonsituatie.
Het college verzocht om bankafschriften van beide rekeningen, maar verzoeker weigerde deze te overleggen met het argument dat hij de erfenis van zijn moeder had verworpen. Het college schortte daarop de bijstand op en trok deze later in wegens het niet overleggen van de gevraagde gegevens. Verzoeker deed een nieuwe aanvraag, die werd afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling.
De voorzieningenrechter bevestigde de opschorting en intrekking van de bijstand, omdat verzoeker feitelijk beschikte over de bankafschriften en deze niet tijdig had overgelegd. De afwijzing van de nieuwe aanvraag werd echter vernietigd omdat het college deze niet inhoudelijk had beoordeeld. De Raad beveelt het college een nieuwe beslissing te nemen en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en wordt het griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: De opschorting en intrekking van de bijstand worden bevestigd, de afwijzing van de nieuwe aanvraag wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.