ECLI:NL:CRVB:2019:2974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opleiding rechter na onontvankelijk verklaard bezwaar wegens termijnoverschrijding
Appellante was tijdelijk aangesteld als rechter in opleiding bij de rechtbank en startte haar opleiding in oktober 2016. Na een tussenbeoordeling met het judicium 'onvoldoende' werd haar opleiding per januari 2018 beëindigd. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar diende de gronden van bezwaar te laat in.
Het bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege de overschrijding van de termijn voor het indienen van de gronden. Appellante stelde dat het bezwaar wel tijdig was ingediend en dat het bestuur al bekend was met haar bezwaren, onder meer via een procedure bij het College voor de Rechten van de Mens. De Raad oordeelde dat de gronden niet tijdig waren ingediend en dat de procedure bij het CRM niet gelijkgesteld kan worden met de bezwaarprocedure.
De Raad bevestigde dat het bestuur terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat er geen reden is om te oordelen dat het bestuur niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Het beroep van appellante is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de gronden van bezwaar onverschoonbaar te laat zijn ingediend.