Appellante had bij besluit van 23 oktober 2015 geen indicatie voor een zorgprofiel ontvangen, maar wel voor individuele behandeling. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellante wel recht heeft op een indicatie voor het zorgprofiel VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging voor de periode van 23 oktober 2015 tot 30 november 2018.
De Raad baseert zich op een rapport van een orthopedagoog en medische adviezen die aantonen dat appellante in die periode niet zonder hulp kon. De eerder verleende indicatie per 30 november 2018 bevestigt dit. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat nog niet vaststaat dat appellante schade heeft geleden.
De Raad veroordeelt het CIZ tot vergoeding van de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Hiermee wordt het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit herroepen.