ECLI:NL:CRVB:2019:3799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korpschef inzake ontheffing werkzaamheden politie wegens onvolledig onderzoek peildatum
Appellante, werkzaam bij de politie, diende een aanvraag in voor ontheffing van werkzaamheden op grond van artikel 55aa van het Besluit algemene rechtspositie politie. De korpschef wees deze aanvraag af vanwege een vermeende overbezetting op de peildatum 1 juni 2017. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de korpschef terecht ex nunc had beslist en dat er geen passende herplaatsingskandidaat was.
In hoger beroep stelde appellante dat de korpschef onterecht ex nunc had beslist en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De Raad onderschreef het uitgangspunt dat alle aanvragen gelijk moeten worden beoordeeld met een vaste peildatum. De Raad stelde vast dat het onderzoek naar de situatie op die peildatum onvolledig was geweest en beval een nieuw onderzoek en een nieuwe beslissing op bezwaar.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat niet vaststaat of en in welke mate schade is geleden. De Raad veroordeelde de korpschef tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep tegen het besluit van 6 december 2017 werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de korpschef wordt vernietigd met opdracht tot nieuwe beslissing.