ECLI:NL:CRVB:2019:4220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering wezenuitkering op grond van de ANW wegens levende ouder
Appellant vroeg op 11 februari 2016 een wezenuitkering aan na het overlijden van zijn vader. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat één ouder nog in leven was. Appellant voerde aan dat hij op basis van informatie op de website van de Svb en telefonisch contact gerechtvaardigde verwachtingen had op een uitkering. De rechtbank wees dit beroep op het vertrouwensbeginsel af omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat algemene informatie op een website geen bindende toezegging vormt en dat niet kon worden vastgesteld of er mondelinge toezeggingen waren gedaan. Ook het beroep op het discriminatieverbod werd afgewezen omdat kinderen met één levende ouder niet gelijk zijn aan kinderen van wie beide ouders zijn overleden.
Ten slotte oordeelde de Raad dat geen sprake was van ontneming van eigendom omdat appellant geen gerechtvaardigde verwachting had op een uitkering onder de gewijzigde wetgeving. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de wezenuitkering omdat appellant geen gerechtvaardigde verwachting had en één ouder nog in leven is.