ECLI:NL:CRVB:2019:937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek wegens recidiverende huidklachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, waarbij medische gronden werden aangevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde echter dat de beperkingen zoals weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 15 juli 2015 ook op latere data van toepassing waren. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige beoordeling juist.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten, onder meer over de ernst van zijn klachten en de geschiktheid van de geselecteerde functies. De Raad volgde de eerdere oordelen en vond geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige. De medische en arbeidskundige onderzoeken waren voldoende zorgvuldig en overtuigend.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken waarin het recht op ziekengeld werd beëindigd per respectievelijk 22 februari 2016 en 23 augustus 2016. Er was geen grond voor het toewijzen van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.