ECLI:NL:CRVB:2020:1419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nieuw feit bij aanvraag Wajong-uitkering en afwijzing verzoek terugkomen besluit
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van beperkingen door gezondheidsproblemen, waaronder vermoedelijke verstandelijke beperkingen. Het UWV wees de aanvraag in eerste instantie af, waarna appellante een nieuwe aanvraag deed met een brief van een samenwerkingsverband geestelijke gezondheidszorg als nieuw feit.
Het UWV beoordeelde deze brief alsnog als nieuw feit en stelde een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op met aanvullende beperkingen. Een arbeidsdeskundige concludeerde dat ondanks enkele aangepaste beperkingen, de geselecteerde functies medisch geschikt waren en appellante het maatmaninkomen kon verdienen.
Appellante voerde aan dat ook beperkingen in aandacht, zelfstandig handelen, handelingstempo, schrijven en zien moesten worden erkend, maar dit werd niet gevolgd. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling juist was en dat het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit terecht werd afgewezen.
Het UWV werd wel veroordeeld in de proceskosten van appellante vanwege het late erkennen van het nieuwe feit. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het verzoek van appellante om terug te komen op het eerdere besluit wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.