ECLI:NL:CRVB:2020:2145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van juiste vaststelling beperkingen in Functionele Mogelijkhedenlijst
Appellante was werkzaam als medewerkster klantenservice en meldde zich ziek na een auto-ongeval. Het Uwv stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat zij met beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) nog meer dan 65% van haar loon kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering van de beperkingen, maar hield de rechtsgevolgen in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing en voerde onder meer aan dat haar beperkingen onderschat waren, met klachten als whiplash associated disorder, nekhernia en oogproblemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar medische stukken in te brengen en dat het beginsel van equality of arms niet was geschonden. De Raad vond dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie juist had beoordeeld en dat er geen aanleiding was een deskundige te benoemen.
De Raad bevestigde dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld en dat het Uwv voldoende had gemotiveerd dat appellante geschikt was voor de geselecteerde functies. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de ziekengelduitkering blijft in stand.