ECLI:NL:CRVB:2020:2276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door ongeoorloofd gebruik dienstauto
Appellant, werkzaam bij de gemeente Rotterdam, gebruikte de dienstauto zonder toestemming voor woon-werkverkeer en privégebruik. Na een melding van hoog brandstofverbruik werd appellant op 4 mei 2017 gewaarschuwd en geschorst toen bleek dat hij hiermee doorging. Het college legde op 16 augustus 2017 onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het verzuim. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel toestemming had, maar dit werd niet onderbouwd met bewijs. De Raad concludeerde dat appellant geen toestemming had en dat privégebruik niet was toegestaan.
De Raad bevestigde dat appellant ondanks waarschuwing de dienstauto bleef gebruiken, ook na schorsing. Het plichtsverzuim was hem toe te rekenen en het college was bevoegd het ontslag op te leggen. De opgelegde straf was niet disproportioneel. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bevestigd.