ECLI:NL:CRVB:2020:40
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid rond 17-18 jaar
Appellant, geboren in 1983 en sinds 1994 in Nederland, vroeg meerdere malen een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid door PTSS en schizofrenie. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering omdat appellant niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest rond zijn 17e en 18e jaar. Latere aanvragen werden eveneens afgewezen omdat nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf het eerdere besluit te herzien.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel onafgebroken arbeidsongeschikt was en overhandigde nieuwe medische stukken uit 2000 die dit zouden onderbouwen. De Raad volgde echter de verzekeringsarts bezwaar en beroep die oordeelde dat de medische gegevens geen twijfel opriepen over de juiste beoordeling in 2010. De prodromale fase van schizofrenie was mogelijk aanwezig, maar dit leidde niet tot arbeidsongeschiktheid in de relevante periode.
De Raad benadrukte dat bij laattijdige aanvragen de bewijslast bij de aanvrager ligt en dat het UWV terecht geen rechten toekent op basis van vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid. De rechtbank en Raad oordeelden dat het besluit van 8 februari 2010 niet onjuist was en dat het beroep van appellant ongegrond is. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.