ECLI:NL:CRVB:2020:717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid ambtenaar zonder verbeterkans
Appellante was werkzaam bij de gemeenschappelijke regeling HALte werk en werd ontslagen wegens ongeschiktheid voor haar functie. Na een inwerkperiode en begeleiding bleek zij niet te voldoen aan de functie-eisen, en zij gaf zelf aan het werk niet te kunnen beheersen. Een assessment bevestigde dit.
Het bestuur verleende haar ontslag met toepassing van artikel 8:6 van Pro de CAR/UWO, rekening houdend met een re-integratiefase. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het ontslagbesluit ongegrond en oordeelde dat het bestuur bevoegd was en redelijk had gehandeld, mede omdat een verbeterkans niet zinvol was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat ongeschiktheid moet blijken uit concrete gedragingen en dat in uitzonderlijke situaties een verbeterkans niet verplicht is. Er waren geen passende functies beschikbaar en het bestuur hoefde geen speciale functie te creëren. De re-integratie-inspanningen na het ontslagbesluit waren niet aan de orde.
De Raad concludeert dat het ontslag rechtmatig is en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.