ECLI:NL:RBDHA:2022:7129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking, herziening en boete bijstand wegens niet-melding inkomsten en gezamenlijke huishouding
Eiser ontving een bijstandsuitkering die door verweerder werd ingetrokken en herzien vanwege niet-gemelde bijschrijvingen, stortingen, op geld waardeerbare arbeid en het voeren van een gezamenlijke huishouding met een persoon met inkomen. Verweerder legde tevens een bestuurlijke boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank beoordeelde de periode van 1 december 2016 tot en met 31 januari 2020, waarbij werd vastgesteld dat de bijschrijvingen en stortingen op bankrekeningen van eiser en derden als inkomsten moeten worden aangemerkt. Eiser kon niet objectief onderbouwen dat de bedragen uitsluitend voor derden waren bestemd. Ook werd vastgesteld dat eiser op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte en een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser dat hij voldoende informatie had verstrekt en dat er dringende redenen waren om terugvordering of boete achterwege te laten. De aanvraag voor nieuwe bijstand werd terecht afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gewijzigde omstandigheden. De boete werd passend geacht gezien de normale verwijtbaarheid en draagkracht van eiser.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking, herziening, terugvordering van bijstand en de boete worden ongegrond verklaard.