ECLI:NL:CRVB:2021:1108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verzekerd zijn voor AOW over periode 2000-2019 wegens vervallen artikel 26 KB 746
Appellant, geboren in Nederland en met een WAO-uitkering sinds 1972, verhuisde in de jaren 80 naar Joegoslavië. Hij vroeg in 2019 een pensioenoverzicht aan, waaruit bleek dat hij niet verzekerd was voor de AOW vanaf 1 januari 2000. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat artikel 26 KB Pro 746, dat buitenlandse WAO-uitkeringsgerechtigden verzekerde, per 1 januari 2000 was vervallen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat de Svb terecht had vastgesteld dat appellant niet verzekerd was. Appellant voerde hoger beroep aan met het argument dat de Svb hem niet correct had geïnformeerd en dat hij wel degelijk bekend was bij de Svb, onder meer vanwege ontvangen kinderbijslag en eerdere pensioenopbouw.
De Raad oordeelde dat de verzekering van rechtswege intreedt en eindigt en dat de Svb geen administratie bijhoudt van alle verzekerden. De Svb was niet op de hoogte van appellant als verzekerde na 2000 en heeft zich ingespannen om uitvoeringsinstanties te bewegen uitkeringsgerechtigden te informeren. Het niet informeren door Cadans kan de Svb niet worden tegengeworpen. Appellant had zelf kunnen onderkennen dat geen AOW-premie werd ingehouden vanaf 2000.
De Raad concludeert dat er geen grond is om af te wijken van de wettelijke regeling en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet verzekerd was voor de AOW over de periode 2000-2019 en wijst het beroep af.