ECLI:NL:CRVB:2024:1323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen voor niet-verzekerde jaren na verblijf in het buitenland
Appellante, woonachtig in Kroatië, ontving een WAO-uitkering en was tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd voor de AOW. Na deze datum verviel haar verzekeringsplicht, maar voor de jaren 2000 tot en met 2005 werd zij vrijwillig verzekerd geacht vanwege ingehouden premies. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende haar een AOW-pensioen toe met een korting van 40% wegens niet-verzekerde jaren.
Appellante stelde dat zij ook voor de jaren na 2005 als verzekerd moest worden aangemerkt, maar kon dit niet onderbouwen met premies of andere bewijsstukken. De Raad oordeelde dat de Svb niet gehouden is een administratie van alle verzekerden bij te houden en dat appellante zich had moeten informeren over haar rechten bij verblijf in het buitenland.
De Raad concludeerde dat het besluit van de Svb om de korting toe te passen conform de wettelijke regels en beleidsregels juist is. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 december 2022 werd bevestigd. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De korting van 40% op het AOW-pensioen wordt gehandhaafd en het hoger beroep wordt verworpen.