ECLI:NL:CRVB:2021:1848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing reisvoorziening wegens niet voldoen nationaliteitseis Wsf 2000
Appellant, een minderjarige met de Turkse nationaliteit, vroeg een reisvoorziening aan voor zijn studie aan een ROC in Amsterdam. De minister wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de nationaliteitseis van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de afwijzing.
In hoger beroep stelde appellant dat een reisvoorziening ook los van de basisbeurs kan worden toegekend en dat de weigering in strijd is met internationale verdragsbepalingen, waaronder het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De Raad volgde appellant deels in de stelling dat een reisvoorziening onder omstandigheden los van de basisvoorziening kan worden toegekend, maar benadrukte dat ook aan andere voorwaarden, zoals de nationaliteitseis, moet worden voldaan.
De Raad oordeelde dat de weigering niet in strijd is met artikel 2 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat het recht op onderwijs niet in de kern wordt aangetast en appellant zijn opleiding kon volgen. Ook de belangen van appellant zoals ontleend aan artikelen 3 en 28 van het IVRK zijn voldoende meegewogen. De situatie van appellant was niet zodanig bijzonder dat van de wettelijke bepalingen mocht worden afgeweken. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een reisvoorziening wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan de nationaliteitseis van de Wsf 2000.