Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 6 mei 2018 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was beheerder van een bedrijf dat per 1 januari 2018 werd overgenomen door Stichting 2, waarbij hij boventallig werd verklaard en een WW-uitkering aanvroeg. De gemeente Heiloo verleende hem eervol ontslag wegens reorganisatie.
Appellant, de gemeente als eigenrisicodrager, betwistte de toekenning van de WW-uitkering en stelde dat betrokkene passende arbeid had nagelaten te aanvaarden, wat een maatregel op grond van artikel 24 WW Pro zou rechtvaardigen. Het geschil spitste zich toe op de vraag of betrokkene een concreet werkaanbod had gekregen en dit had geweigerd.
De Raad concludeerde dat het werkaanbod, zoals geformuleerd in een e-mail van Stichting 2, onvoldoende concreet was over de aard van de werkzaamheden, vooral vanwege onduidelijkheid over de uitbreiding met horeca en administratie. Betrokkene had bezwaren geuit tegen deze uitbreiding en het was onduidelijk of hij taken kon delegeren. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat betrokkene de verplichting uit artikel 24 WW Pro had geschonden.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank die het beroep van appellant ongegrond verklaarde en het Uwv opdroeg nieuwe beslissingen te nemen. Er was geen aanleiding voor vergoeding van rechtsbijstandkosten in hoger beroep. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene geen schending van de verplichting passende arbeid aanvaarden heeft gedaan.