ECLI:NL:CRVB:2021:2737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting ziekengeld bij gecombineerde maatman en urenbeperking
Een werkneemster was werkzaam als senior onderzoeker en PhD-student en meldde zich ziek in april 2017. Na beëindiging van beide dienstverbanden werd zij door het UWV in aanmerking gebracht voor voorschotten van ziekengeld op grond van de Ziektewet. Een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat zij door haar beperkingen niet in staat was haar eigen werk te verrichten en minder dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
Het UWV besloot het ziekengeld voort te zetten, wat appellanten betwistten. De rechtbank oordeelde dat bij de beoordeling van de verdiencapaciteit de gecombineerde maatman van beide functies geldt, conform de systematiek van de Wet WIA. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de maatman niet gecombineerd mocht worden omdat er sprake was van twee afzonderlijke rechten op ziekengeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de maatman bij meerdere functies als combinatie van die functies moet worden vastgesteld, ook als dit leidt tot meerdere rechten op ziekengeld. De urenbeperking van 20 uur per week werd correct vergeleken met de gecombineerde maatman van 31,5 uur per week, waardoor de werkneemster niet meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de voortzetting van het ziekengeld wordt bevestigd.