ECLI:NL:CRVB:2021:2906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens niet gemeld buitenlands vermogen
Appellante, met Bulgaarse nationaliteit, ontving een AIO-aanvulling naast haar AOW-pensioen. In 2013 vulde zij een formulier in waarin zij ontkende onroerend goed in het buitenland te bezitten. Uit een onderzoek in 2016 bleek echter dat zij sinds 2010 eigenaar was van een appartement in Bulgarije, dat zij in 2016 aan haar dochter schonk.
De Sociale Verzekeringsbank trok de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in vanwege het niet melden van dit vermogen, wat volgens de vermogensgrens niet was toegestaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging.
Appellante voerde aan dat zij feitelijk niet over het appartement kon beschikken, omdat het op haar naam stond om juridische redenen en haar dochter het feitelijke gebruik had. De Raad oordeelde echter dat juridisch eigendom impliceert dat zij over het appartement kon beschikken, en dat het schenken aan haar dochter dit bevestigt.
De Raad verwierp de overige argumenten van appellante, zoals het ontbreken van een sleutel en het niet verblijven in het appartement, omdat deze niet relevant zijn voor de beschikking over het eigendom. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de AIO-aanvulling bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de AIO-aanvulling wegens niet gemeld buitenlands appartement wordt bevestigd.