ECLI:NL:CRVB:2021:402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding auto en hennepkwekerij
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet, maar het college trok deze in en vorderde terug vanwege niet-naleving van de inlichtingenplicht. Zij hadden een auto aangeschaft zonder dit te melden en gaven geen duidelijkheid over de financiering. Tevens exploiteerden zij een hennepkwekerij zonder dit te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelde dat het voor appellanten redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat zij de aankoop van de auto moesten melden, ongeacht de leeftijd en waarde van de auto. Ook de exploitatie van de hennepkwekerij betrof op geld waardeerbare activiteiten die van invloed zijn op het recht op bijstand.
Appellanten voerden aan dat zij geen inkomsten uit de kwekerij hadden en dat de medische situatie van appellante dringende redenen vormde om van terugvordering af te zien. Deze gronden werden verworpen omdat het verrichten van werkzaamheden op zich al relevant is en appellanten onvoldoende bewijs leverden voor de medische verslechtering.
De Raad concludeert dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld door de schending van de inlichtingenplicht en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd vanwege niet-melding van auto en hennepkwekerij.