ECLI:NL:RBZWB:2021:3177
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete opgelegd wegens schending inlichtingenplicht Participatiewet bij hennepkwekerij
Eisers ontvingen een uitkering op grond van de Participatiewet die werd ingetrokken wegens het niet melden van een hennepkwekerij en de financiering van een auto. Het college legde daarop een bestuurlijke boete op van €5.533 wegens schending van de inlichtingenplicht. Eisers maakten bezwaar en stelden onder meer dat zij niet wisten dat zij de kwekerij en auto moesten melden, en dat de opbrengst nihil was. Ook voerden zij aan dat zij dubbel gestraft werden omdat er ook strafrechtelijke vervolging was.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van dubbele bestraffing omdat het bestuursrechtelijke en strafrechtelijke traject verschillende feiten betreffen. De schending van de inlichtingenplicht staat vast, evenals het benadelingsbedrag van €18.259,76 bruto. De rechtbank vond dat eisers normale verwijtbaarheid treft, omdat zij wisten of hadden moeten weten dat zij de kwekerij en financiering moesten melden. Verminderde verwijtbaarheid werd niet aangenomen.
De rechtbank nam ook geen dringende redenen aan om af te zien van de boete, ondanks medische problemen en schulden van eisers. De draagkracht werd beoordeeld op basis van een fictieve draagkracht van 10% van de bijstandsnorm plus inkomen boven de norm, waaruit bleek dat eisers de boete binnen twaalf maanden konden terugbetalen. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €5.533 wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.