Betrokkene vroeg op 2 september 2016 een scholingsvoucher aan voor een opleiding tot WMO consulent, een kansberoep. Het UWV kende deze subsidie toe, maar betrokkene volgde uiteindelijk een andere opleiding tot Apothekersassistent, die niet meer als kansberoep gold sinds juli 2017. Het UWV trok de subsidie in en vorderde het bedrag van € 2.500,- terug wegens niet-naleving van de voorwaarden en het niet melden van de wijziging.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde dit besluit wegens een gebrek aan belangenafweging en motivering door het UWV. In hoger beroep erkende het UWV dat een belangenafweging vereist is en verwees naar een beleidsnotitie waarin de criteria voor terugvordering zijn vastgelegd. Betrokkene voldeed niet aan deze criteria en had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht de subsidie introk en terugvorderde, ondanks het motiveringsgebrek in het besluit. De Raad bevestigde dat de subsidie niet was besteed aan een opleiding tot kansberoep en dat betrokkene niet tijdig had gemeld dat hij de oorspronkelijke opleiding niet zou volgen. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand, en het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard.