Appellant was sinds september 2013 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en heeft op 7 maart 2016 een aanvraag ingediend voor een IVA-uitkering. Het UWV stelde de ingangsdatum van de uitkering vast op 9 maart 2015, maximaal 52 weken teruggaand vanaf de aanvraagdatum, en wees het bezwaar van appellant af.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij eerder een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid bij het UWV had gedaan. Formulieren gericht aan het UWV WERKbedrijf en andere documenten werden niet als melding aan het UWV beschouwd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zich al in september 2013 had gemeld en dat het UWV had moeten onderzoeken of de uitkering eerder had moeten ingaan. De Raad oordeelde dat de bewijslast bij appellant lag en dat geen bijzondere omstandigheden waren die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden.
Daarnaast werd een schadevergoeding van € 1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, omdat de procedure langer dan vier jaar duurde zonder gegronde reden. De Staat werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten van appellant.