ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderbijslag bij pleegzorg en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving kinderbijslag voor twee kinderen die sinds maart 2007 in een pleeggezin verbleven. Naar aanleiding van een melding startte de Sociale verzekeringsbank (Svb) een onderzoek en herzag zij het recht op kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf het tweede kwartaal van 2007, omdat appellante de kinderen niet in belangrijke mate had onderhouden.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar psychische problemen een dringende reden vormden om van herziening af te zien. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en dat de Svb terecht het recht op kinderbijslag had herzien.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat de psychische klachten van appellante niet het gevolg waren van het herzieningsbesluit en dat de financiële omstandigheden reeds werden meegenomen bij de invordering. Tevens oordeelde de Raad dat het beleid van de Svb omtrent terugwerkende kracht consistent was toegepast.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de herziening van het recht op kinderbijslag met terugwerkende kracht werd gehandhaafd.
Uitkomst: De herziening van het recht op kinderbijslag met terugwerkende kracht wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.