ECLI:NL:CRVB:2021:968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid na langdurige psychiatrische problematiek
Werkneemster viel sinds 14 november 2013 uit voor haar werk als lerares basisonderwijs en ontving vanaf 12 november 2015 een WGA-uitkering. Het UWV weigerde later een IVA-uitkering toe te kennen omdat volgens verzekeringsartsen geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van het UWV ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de arbeidsongeschiktheid wel duurzaam was vanwege complexe psychiatrische problematiek en dat eerdere behandeltrajecten niet succesvol waren. De verzekeringsartsen baseerden hun oordeel op een beoordelingskader dat verbetering van belastbaarheid in het komende jaar verwachtte, mede vanwege lopende schematherapie.
De Raad oordeelde dat de motivering van het UWV onvoldoende was omdat uit de medische stukken niet bleek dat binnen één tot twee jaar een verbetering te verwachten was. De verzekeringsartsen konden geen concrete inschatting geven van het behandelresultaat. Daarom werd aangenomen dat werkneemster op 12 oktober 2017 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en werd de IVA-uitkering toegekend met terugwerkende kracht.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante, waaronder kosten van deskundigen en rechtsbijstand, en werd het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Werkneemster wordt met ingang van 12 oktober 2017 toegelaten tot een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.