Appellant kreeg bijstand ingetrokken per 1 juni 2017 vanwege het niet verschaffen van duidelijkheid over zijn woon- en leefsituatie. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid.
In hoger beroep stelde appellant dat hij het besluit nooit had ontvangen en dat het college de verzending niet aannemelijk had gemaakt. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende bewijs leverde dat het besluit daadwerkelijk ter verzending was aangeboden aan de postbezorger Van Straaten Post. De procesbeschrijving en de geautomatiseerde e-mail van PostNL boden geen sluitend bewijs dat het besluit op individueel niveau was overgedragen.
Daarom was de bezwaartermijn niet juist aangevangen en had het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd bepaald dat beroep tegen die nieuwe beslissing alleen bij de Raad kan worden ingesteld. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.