ECLI:NL:CRVB:2022:1597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde stortingen op bankrekening
Appellanten ontvingen sinds 2014 bijstand en werden onderzocht naar aanleiding van een signaal van de Belastingdienst. Uit bankafschriften bleek dat zij tussen mei 2015 en oktober 2018 negen contante stortingen ontvingen die niet waren gemeld aan het college, wat leidde tot herziening en terugvordering van €5.043,22 bijstand.
Het college legde daarnaast een boete van €1.750,- op wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting. Appellanten voerden aan dat de stortingen leningen waren van een familielid en dat zij niet wisten dat zij dit moesten melden.
De Raad oordeelde dat contante stortingen op een bankrekening van een bijstandontvanger in principe als middelen en inkomen worden beschouwd, ook als het om leningen gaat. Appellanten hadden redelijkerwijs moeten weten dat zij deze stortingen moesten melden. De financiële gevolgen van terugvordering werden niet als onaanvaardbaar aangemerkt.
Ook de verwijtbaarheid werd door de Raad bevestigd, omdat appellanten voldoende waren geïnformeerd over de meldingsplicht. De opgelegde boete werd passend geacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden besluiten worden bevestigd.