ECLI:NL:CRVB:2022:2690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig medewerker bij een cactuskwekerij, ontving sinds 2004 een WAO-uitkering. Na ziekmelding in 2016 en een aanvraag voor een WIA-uitkering in 2018, weigerde het Uwv deze en beoordeelde het bestaande WAO-recht opnieuw. Een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat appellant belastbaar was met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Het Uwv beëindigde per 14 februari 2019 de WAO-uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het Uwv onjuist had gehandeld, onder meer door het niet benoemen van een onafhankelijke deskundige en het niet adequaat meenemen van medische informatie, waaronder toegenomen rugklachten.
De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het Uwv bevoegd was tot herbeoordeling en dat het onderzoek zorgvuldig was verricht. De medische beoordeling hield rekening met alle relevante klachten en medische informatie, en de geselecteerde functies overschreden de mogelijkheden van appellant niet. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de beëindiging van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering per 14 februari 2019 na een zorgvuldige herbeoordeling.