Uitspraak
19.5169 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 4 februari 2019 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, die in september 2009 de AOW-leeftijd bereikte, diende pas in augustus 2018 een aanvraag in voor haar ouderdomspensioen. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende het pensioen toe met één jaar terugwerkende kracht, gerekend vanaf de ontvangst van de aanvraag. Betrokkene stelde dat vanwege haar psychische omstandigheden en onbekendheid met haar recht op pensioen een terugwerkende kracht van vijf jaar gerechtvaardigd was.
De rechtbank had dit beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat sprake was van een bijzonder geval. De Centrale Raad van Beroep herzag deze beslissing. Uit het rapport van klinisch psycholoog Mungra bleek dat betrokkene ernstige psychische problemen had, maar onvoldoende aannemelijk was dat zij vanaf 2009 tot 2018 niet in staat was haar belangen te behartigen, mede gezien de ondersteuning van haar broer en een maatschappelijk werker.
De Raad oordeelde dat het niet tijdig indienen van de aanvraag niet aan betrokkene kon worden toegerekend, maar dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een terugwerkende kracht van meer dan één jaar rechtvaardigden. Het beroep van de SVB werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het besluit van 4 februari 2019 ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 4 februari 2019 wordt ongegrond verklaard en de terugwerkende kracht blijft beperkt tot één jaar.