ECLI:NL:CRVB:2023:1466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel UWV wegens benadelingshandeling met verminderde verwijtbaarheid
Appellante was werkzaam bij de gemeente Amsterdam en meldde zich ziek op 15 september 2018. De gemeente verleende haar ontslag wegens ongeschiktheid per 3 augustus 2019. Appellante vroeg bij het UWV een Ziektewet-uitkering aan, die werd geweigerd wegens een benadelingshandeling: zij stemde in met ontslag tijdens ziekte en deed daardoor onnodig een beroep op de Ziektewet.
Het UWV stelde de maatregel vast op 50% verlaging van de uitkering wegens verminderde verwijtbaarheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de Beleidsregel toepaste. Appellante stelde in hoger beroep dat zij geen benadelingshandeling had gepleegd en dat het UWV het Maatregelenbesluit onjuist toepaste door een te zware maatregel op te leggen.
De Raad oordeelde dat appellante in hoger beroep de benadelingshandeling niet meer ter discussie mag stellen omdat zij dit in eerdere procedure had prijsgegeven. De Raad bevestigde dat het UWV terecht de maatregel van 50% toepaste binnen de beleidsvrijheid en dat verminderde verwijtbaarheid correct was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de maatregel van 50% verlaging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.