Uitspraak
21.1855 WIA
OVERWEGINGEN
.
niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontvangt sinds 2016 een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Werkgeefster, eigen risicodrager, werd failliet verklaard waarna het UWV de uitkering betaalde en verhaalde op appellante als garantsteller. Het UWV beëindigde in 2019 de loongerelateerde WGA-uitkering en kende een vervolguitkering toe op basis van een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar kreeg geen inzage in medische stukken omdat haar gemachtigde geen advocaat of arts was.
De rechtbank oordeelde dat appellante als garantsteller wel een zelfstandig belang heeft, maar dat zonder toestemming van betrokkene inzage in medische stukken alleen aan een advocaat of arts-gemachtigde mag worden gegeven. De gemachtigde van appellante voldeed hier niet aan, waardoor inzage werd geweigerd.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV alle stukken had moeten verstrekken. De Raad constateerde echter dat betrokkene later toestemming gaf en de medische stukken aan de gemachtigde werden toegezonden. Appellante voerde geen inhoudelijke bezwaren meer aan en stemde in met de medische en arbeidskundige beoordeling.
De Raad benadrukte dat alleen een actueel en voldoende procesbelang leidt tot ontvankelijkheid. Nu de inzage feitelijk al was verleend en appellante geen belang meer had bij beoordeling van het besluit, was het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.