ECLI:NL:CRVB:2023:1045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid rechter
Verzoekster stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en vroeg meerdere keren uitstel van de zitting gepland op 28 maart 2023 vanwege een ooginfectie. De behandelend rechter wees deze verzoeken om uitstel af omdat verzoekster geen medische verklaring overlegd had, ondanks dat de Raad haar hier eerder op had gewezen.
Kort voor de zitting vroeg verzoekster wraking van de behandelend rechter wegens vermeende vooringenomenheid en schending van haar verdedigingsrechten. De wrakingskamer oordeelde dat wraking alleen kan worden toegewezen bij feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid van de rechter.
De kamer stelde vast dat het afwijzen van het uitstelverzoek, gebaseerd op het ontbreken van een medische verklaring, niet kan worden gezien als blijk van vooringenomenheid. Wraking is niet bedoeld als middel tegen procedurele beslissingen. Verzoekster en de rechter verschenen niet bij de wrakingszitting.
De Centrale Raad van Beroep wees daarom het wrakingsverzoek af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken op 7 juni 2023 door een meervoudige kamer.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is afgewezen wegens het ontbreken van vooringenomenheid.