Uitspraak
21.2232 WSF
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 13 november 2019 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene stond ingeschreven voor een mbo-opleiding en kreeg studiefinanciering met een studentenreisproduct toegekend. Na uitschrijving per 30 april 2019 gebruikte zij het reisproduct onrechtmatig in mei, juni en juli 2019. De minister legde een OV-schuld van €600,- op.
De rechtbank Noord-Holland stelde de schuld vast op €75,- wegens onvoldoende bewijs van gebruik in alle halve maanden. De minister ging in hoger beroep en stelde dat via geautomatiseerde gegevensuitwisseling was vastgesteld dat betrokkene in alle betrokken halve maanden gebruik had gemaakt van het reisproduct.
De Raad oordeelde dat de minister aan zijn bewijslast had voldaan met de geautomatiseerde gegevens en dat betrokkene geen tegenbewijs had geleverd. De Raad verwierp het beroep van betrokkene, oordeelde dat het niet tijdig stopzetten van het reisproduct haar kan worden toegerekend en bevestigde de OV-schuld van €600,-.
De Raad wees ook af dat de schuld zou worden kwijtgescholden of verlaagd op grond van financiële omstandigheden of gezondheidsproblemen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Uitkomst: De OV-schuld van €600,- wordt bevestigd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.