Uitspraak
21 4384 WW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
WW-uitkering geweigerd.
BESLISSING
J.D. Streefkerk als leden, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2023.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als logistiek medewerker tot 23 december 2020 en reisde op 20 december 2020 naar Italië, waar hij familie heeft en tevens werk zocht. Hij vroeg op 23 december 2020 een WW-uitkering aan, maar het Uwv weigerde deze omdat appellant anders dan wegens vakantie buiten Nederland verbleef en daardoor niet beschikbaar was voor de Nederlandse arbeidsmarkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verblijf in Italië geen vakantie was, mede omdat appellant al op 22 december 2020 een afspraak had met een potentiële werkgever. De Raad onderschrijft dat artikel 19, eerste lid, aanhef en onder e, van de WW een dwingendrechtelijke bepaling is die geen ruimte laat voor individuele omstandigheden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege zijn leeftijd, coronamaatregelen en beperkte kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt in Italië werk zocht en dat reizen beperkt was. De Raad oordeelt dat deze persoonlijke omstandigheden geen bijzondere gronden vormen om van de dwingendrechtelijke bepaling af te wijken. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering omdat appellant anders dan wegens vakantie buiten Nederland verbleef en niet beschikbaar was voor de Nederlandse arbeidsmarkt.