Uitspraak
21 1457 ZW
24 maart 2021, 20/2374 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig thuishulpmedewerker, ontving een Ziektewetuitkering die door het UWV werd beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De medische beoordeling, inclusief een Functionele Mogelijkhedenlijst, wees uit dat zij geschikt was voor bepaalde functies zonder urenbeperking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat haar klachten zoals fibromyalgie, psychische problemen en medicijngebruik onvoldoende waren meegewogen en dat er wel een urenbeperking moest worden aangenomen. De Raad oordeelt echter dat deze argumenten onvoldoende nieuwe medische informatie bevatten en dat het UWV de medische situatie zorgvuldig en gemotiveerd heeft beoordeeld.
De Raad wijst het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af, omdat beide partijen ruime medische informatie hebben aangeleverd en de rechter zelf tot een oordeel kan komen. De geschiktheid van de voorgestelde functies is eveneens voldoende onderbouwd. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd zonder urenbeperking.