ECLI:NL:CRVB:2023:2029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand medicinale cannabis
Verzoekster heeft bijzondere bijstand gevraagd voor de kosten van medicinale cannabis, welke door het college is afgewezen omdat de Zorgverzekeringswet een voorliggende voorziening is en er geen zeer dringende redenen zijn. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard op basis van een deskundigenrapport van een reumatoloog, die concludeerde dat er geen acute noodsituatie is en dat er nog andere behandelopties zijn.
Verzoekster stelde in hoger beroep dat er wel sprake is van een acute noodsituatie en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel een actueel spoedeisend belang is vanwege betalingsachterstanden, maar dat dit niet voldoende is om een voorlopige voorziening te treffen. De rechter volgde het deskundigenadvies en vond dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat alleen bijzondere bijstand voor medicinale cannabis haar situatie kan verhelpen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting in stand zal blijven en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom wordt afgewezen. Er is geen aanleiding om in de hoofdzaak nu uitspraak te doen. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet is aangetoond dat alleen bijzondere bijstand voor medicinale cannabis de acute noodsituatie kan verhelpen.