ECLI:NL:CRVB:2023:2057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.J.A.M. van Brussel
- T.D. Dompeling
- M.L. Noort
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, werkzaam als regio locatie beheerder catering, meldde zich ziek in oktober 2016 na een hartinfarct. Het UWV beëindigde in september 2017 zijn Ziektewetuitkering op grond van het oordeel dat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen passend waren vastgesteld. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet door een geregistreerde verzekeringsarts was onderzocht en dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegenomen. Na heropening van het onderzoek bezocht appellant alsnog het spreekuur van een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die het eerdere oordeel bevestigde.
De Raad oordeelde dat het onderzoek in hoger beroep voldoende zorgvuldig en volledig was, dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten te onderbouwen en dat het beginsel van equality of arms niet was geschonden. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waardoor de Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.500,- aan appellant. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 november 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd met toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.