ECLI:NL:CRVB:2023:213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en beschikking over banktegoeden
Appellant en X ontvingen vanaf 2009 tot 2013 bijstand als gehuwden; na 2013 ontving appellant bijstand als alleenstaande. Na een fraudesignaal over gezamenlijke huishouding en inkomsten uit hondenfok en -verkoop startte de gemeente Amsterdam een onderzoek. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 30 juli 2013 tot mei 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep op het bestreden besluit gegrond voor de periode tot 1 mei 2015 vanwege het onweerlegbaar rechtsvermoeden van geen gezamenlijke huishouding. De Raad beoordeelde het hoger beroep van appellant tegen de bevestiging van de intrekking en terugvordering over 30 juli 2013 tot 1 mei 2014.
De Raad oordeelt dat het fokken en verkopen van honden inkomsten oplevert die meetellen bij de bijstand, ongeacht of het een hobby of bedrijf is. Appellant beschikte feitelijk over de bankrekeningen van X en gebruikte deze tegoeden ook voor eigen uitgaven. Hierdoor kan het recht op bijstand niet nauwkeurig worden vastgesteld. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens beschikking over banktegoeden en gezamenlijke huishouding.