ECLI:NL:CRVB:2023:2266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing militair in belang van de dienst na incident tijdens opleiding
Appellante, militair sinds 2018, werd geschorst door de commandant van de Koninklijke Militaire School vanwege een incident waarbij zij zonder toestemming haar opleidingsplaats verliet en niet terugkeerde ondanks opdrachten daartoe. De Duitse collega’s verloren daardoor het vertrouwen in haar als cursist. De schorsing werd opgelegd in het belang van de dienst en gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de schorsing disproportioneel was en dat een minder zwaar middel had moeten worden toegepast, zoals een gesprek of dienstopdracht. De Raad toetste het besluit aan het evenredigheidsbeginsel uit de Algemene wet bestuursrecht en concludeerde dat de schorsing geschikt, noodzakelijk en evenwichtig was gezien de ernst van het incident en de mogelijke escalatie bij terugkeer.
De Raad benadrukte dat de schorsing in beginsel neutraal en niet diffamerend is en wees erop dat appellante na bemiddeling alsnog haar opleiding kon vervolgen. De schorsing bleef daarom in stand en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij schorsingen binnen de militaire context.
Uitkomst: De schorsing van appellante in het belang van de dienst wordt bevestigd en blijft van kracht.