Uitspraak
19 2087 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.De rapportage vermeldt verder dat appellante in 1996 door haar echtgenoot is verlaten en dat zij hem “veo” ruim een jaar niet heeft gezien. Een afzonderlijk verslag van het innamegesprek is niet bekend. Het college heeft appellante met ingang van 1 oktober 2001 bijstand toegekend naar de norm voor een alleenstaande ouder, laatstelijk ingevolge de Participatiewet (PW). Appellante staat vanaf 4 oktober 2001 in de basisadministratie persoonsgegevens, nu basisregistratie personen (BRP), ingeschreven op het uitkeringsadres te [woonplaats 1] .
SLOTSOM
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 31 augustus 2018, zoals gewijzigd bij besluit van 11 oktober 2018, gegrond en vernietigt deze besluiten;
- herroept het besluit van 22 februari 2018 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten van 31 augustus 2018 en 11 oktober 2018;
- veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.960,50;
- bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 174,- vergoedt.