Uitspraak
21 818 WIA
3 februari 2021, 20/6281 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
12 juli 2018 dan wel 9 juli 2020 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen.
Centrale Raad van Beroep
Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen en verklaarde het bezwaar van betrokkene niet-ontvankelijk omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank Amsterdam vernietigde deze niet-ontvankelijkverklaring omdat het UWV niet kon aantonen dat het besluit tijdig was verzonden naar het juiste adres, mede vanwege het ontbreken van een deugdelijke verzendadministratie.
Het UWV stelde in hoger beroep dat de rechtbank een onjuist toetsingskader hanteerde en dat er beoordeeld had moeten worden of sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding. De Raad oordeelde dat ook in situaties waarin betrokkene het besluit heeft ontvangen maar de verzenddatum betwist, het aan het bestuursorgaan is om de verzending aannemelijk te maken.
Omdat het UWV dit niet kon, werd geoordeeld dat het bezwaar tijdig was ingediend. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het UWV in de proceskosten. Het UWV moet het bezwaar nu inhoudelijk beoordelen en de Raad verwacht dat dit voortvarend zal gebeuren.
Uitkomst: Het bezwaar van betrokkene is ontvankelijk verklaard en het UWV dient dit inhoudelijk te beoordelen.