ECLI:NL:CRVB:2023:77
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag en overplaatsing wegens ernstig plichtsverzuim bij ambtenaar
Appellant, werkzaam sinds 1994 bij een overheidsdienst, kreeg een voorwaardelijke disciplinaire straf opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof het zonder medeweten van collega’s ondertekenen van besluiten op bezwaar, het niet registreren en archiveren van besluiten en het handelen in strijd met interne regels.
Na een schorsing en een onderzoek door het Bureau Integriteit en een onderzoekscommissie, stelde de minister een voorwaardelijk ontslag in combinatie met overplaatsing buiten de huidige werkomgeving vast. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit bevestigde ondanks enkele procedurele tekortkomingen.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad oordeelde dat de procedurele fouten niet tot vernietiging leiden omdat appellant niet in zijn belangen is geschaad. Ook werd het beroep op het Handvest van de grondrechten van de EU en het EVRM verworpen. De Raad bevestigde het voorwaardelijk ontslag en de overplaatsing als passende sancties voor het plichtsverzuim.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot voorwaardelijk ontslag en overplaatsing wordt bevestigd.